voorgevel.jpg

Ontsnapping door Ons Hofke

Binkom in bezettingstijd

Zomer 1944. Het einde van de bezetting in Binkom was, als gevolg van de geallieerde landing in Normandië op 6 juni dat jaar, in zicht. Tot het moment van de Bevrijding bleef het evenwel oppassen geblazen voor de inwoners van het dorp. Al in oktober 1942 werden alle mannen tussen de 18 en 50 jaar verplicht om in Duitsland te gaan werken. Hoe langer de oorlog duurde, hoe meer Duitse mannen naar het front werden gestuurd en hoe meer buitenlandse werkkrachten er dus nodig waren om de Duitse (oorlogs)industrie draaiende te houden. Om de verplichte tewerkstelling te ontlopen, zagen vele jongemannen zich genoodzaakt onder te duiken. Vaak werden ze door het verzet geholpen en deden ze de rangen van de weerstand aangroeien. Binkommenaar Frans Van Hellemont was een van hen.

In Binkom beperkte het verzet zich gedurende de Tweede Wereldoorlog hoofdzakelijk tot sabotageacties, zoals het maaien en verbranden van koolzaad. Ook ontvreemdden verzetslieden wel eens bevolkingsregisters om controleurs van de verplichte tewerkstelling het leven zuur te maken of stalen ze bevoorradingszegels voor onderduikers. Tevens werden steekkaarten van de Duitse ‘Werbestelle’ in Leuven, een geneeskundige dienst die de arbeiders onderzocht om ze nadien in Duitsland tewerk te stellen, verduisterd. Ondanks deze inspanningen kwam er na enige tijd een einde aan Frans’ clandestiene leven als werkweigeraar. Hij werd gezocht en actief opgespoord.

Een handdruk brengt de redding

Tot op heden is het onduidelijk of Frans werd verraden of dat hij reeds lang deel uitmaakte van een lijst met andere gekende werkweigeraars die de bezetter wilde arresteren. Hoe het ook zij: op een gegeven zomerdag kwam een wagen van de Gestapo de Keiberg in Binkom opgereden. Het voertuig stopte voor de woning van de familie Van Hellemont en kort daarna bestormden de ongewenste bezoekers het erf. De compleet verraste Frans werd aangehouden en onder de ogen van vader Vital, moeder Bertha en broer Raymond opgeleid. Voor hij plaats nam in de wagen vroeg hij zijn aanhouders echter of hij nog snel afscheid mocht nemen van zijn dooppeter, die aan de overkant van de straat woonde in de hoeve waarin vandaag het wandelcafé ‘Ons Hofke’ gevestigd is. Ze stonden hem dit toe en er werd aangeklopt bij Edouard (‘Wakke’) Depré. Edouards zoon, die ook Frans heette, was tijdens de bezetting eveneens weerstander. In die hoedanigheid nam hij onder andere deel aan de voornoemde acties om papieren uit het gemeentehuis te stelen.

Toen Edouard de buitenste van twee poorten opende, vertelde zijn petekind hem dat hij afscheid kwam nemen. Mogelijk hadden Frans en zijn peter een dergelijk moment al voorbereid, want toen de jongeman zijn hand uitstak voor een laatste handdruk gebeurde het onvoorstelbare: de oudere man nam Frans stevig beet en sleurde hem naar binnen. De poort werd onmiddellijk dichtgeslagen en aan de binnenzijde op slot gedaan door middel van een grote grendel. De hoeve van de familie Depré heeft nog steeds dezelfde vorm: een omwalde binnenkoer met toegang naar de achterkant van het gebouw, afgescheiden met een hoge poort. Wanneer die poort gesloten was, was het onmogelijk om de achterkant van het gebouw te bereiken via de binnenkoer. Frans werd door het huis geleid en kon ontsnappen via het achter het huis gelegen ‘Leenbergbos’. De familie Depré ontsnapte eveneens aan een straf vanwege de bezetter, volgens de overlevering omdat de vader al een man op leeftijd was.

“Halt of we schieten!”

Enkele weken later volgde echter een nieuwe inval bij de familie Van Hellemont. Deze keer had de Gestapo - die zich niet meer belachelijk zou laten maken door een eenvoudige plattelandsjongen - de actie beter voorbereid: terwijl een agent langs de achteraan gelegen tuin het huis van de familie Van Hellemont besloop, reed een wagen met de overige agenten opnieuw de Keiberg op. Deze laatsten betraden het erf van de familie een tweede keer en drongen zonder veel moeite het huis binnen. Terwijl zijn ouders en broer naar buiten vluchtten om opvang te vinden bij de buren, begon een zoektocht naar de dit keer gewapende en in het huis achtergebleven Frans.

De agenten riepen hem toe met duidelijke bewoordingen: “Halt! Geef u over! Halt of we schieten!” Aangezien Frans zich niet levend wenste over te geven, werden kort daarna een paar schoten gelost. Hoewel de omstaanders er in eerste instantie van uitgingen dat Frans neergeschoten werd, klonken plots schoten uit de zware revolver die hij zichzelf eerder al toe-eigende. Al schietend baande hij zich daarop een weg naar buiten. Hij liep naar de tuin en raakte daarbij een van zijn belagers, die dodelijk gewond neerviel. Vervolgens stootte hij op een tweede, onvoorbereide man die via de tuin het erf binnengeslopen was. Toen Frans opnieuw de trekker wilde overhalen, blokkeerde het mechanisme van zijn revolver. Dat wist zijn tegenstrever echter niet! De agent, een Nederlandstalige man die de bezetter hand- en spandiensten verleende, smeekte hem om genade: “Halt, niet schieten! Ik heb een vrouw en kinderen …” Frans liep hem voorbij, de geblokkeerde revolver nog steeds in de aanslag, en dook het achterliggende veld in.

Het been van ‘Net Chocolat’

Terwijl Frans langs het veld wegvluchtte, bleek de gespaarde agent zich herpakt te hebben. Hij nam zijn eigen vuurwapen in de hand, mikte en schoot hem enkele kogels achterna. Een van de projectielen trof doel. Met een doorboord bovenbeen en overlevend op adrenaline liep Frans verder naar het achter de velden gelegen bos. Zwaargewond strompelde hij naar het dieper in het bos gelegen huis van een familielid.

Terwijl Frans in veiligheid werd gebracht, zinden de vernederde agenten op wraak. De woning van zijn familie werd leeggehaald en de huisraad, de landbouwwerktuigen, het paard, de kippen, ... werden in beslag genomen. Daarna zou de vlam in het huis gegooid worden! Het huis was echter aanpalend aan de woning van de familie van Petrus Van Horenbeeck. Toen de man op de hoogte werd gesteld van het voornemen om het huis van zijn buren in brand te steken, smeekte ‘Pieje’ dit niet te doen: “Ik heb een gezin met zeven kinderen en ben onschuldig in dit verhaal, steek toch alles niet in brand!” De handlangers van de bezetter aanhoorden de smeekbede van de buurman, waardoor de gebouwen intact bleven.

Dokter Stillaert uit Sint-Joris-Winge (bijgenaamd ‘de Stille’) kwam Frans nog op de avond van diezelfde dag de eerste zorgen toedienen. Door het been van de gewonde te redden, redde hij ook meteen zijn leven. In het duister van de nacht werd Frans daarna, gelegen op een ladder, overgebracht naar een huis langs de Tiensesteenweg. Een dame, in de volksmond ‘Net Chocolat’ genoemd, nam Frans binnen en liet hem er de daaropvolgende dagen verzorgen door dokter Stillaert. De dame zelf zou dagenlang rondgehuppeld hebben met een omzwachteld been, waardoor de dokter een perfecte reden had om er elke dag langs te gaan. Nog later zou Frans overgebracht worden naar Vilvoorde om daar in de anonimiteit het naderende einde van de oorlog af te wachten.

Vredestijd

Onmiddellijk na de Bevrijding werd de familie Van Hellemont opnieuw voorzien van meubelen en materiaal. Ze kregen de goederen die tijdens acties van het naoorlogse verzet werden buitgemaakt bij mensen die in de regio als ‘collaborateurs’ geboekstaafd stonden. Vaak werden hierbij ook onschuldige mensen het slachtoffer van wraakacties, begaan door verzetslieden ‘van het laatste uur’.

Het gerucht deed achteraf de ronde dat de schietpartij ten huize Van Hellemont een extra aanleiding vormde voor een al door de bezetter voorbereide wraakactie. Er zou reeds een lijst met namen van Binkomse verzetslui klaargelegen hebben, waardoor die betreffende mannen zouden worden aangehouden en weggevoerd. De moord op Gaston Merckx in Meensel-Kiezegem op 30 juli 1944 (blijkbaar kort na het hierboven beschreven incident in Binkom) zou de plannen van de Duitse Kommandantur gewijzigd hebben en de focus van de op represailleacties beluste bezetter op Meensel en Kiezegem gebracht hebben …

Dit  stukje geschiedenis werd geschreven met dank aan verschillende personen onder andere de Heemkundige Kring en oud-strijders.